Bijdrage van Jacco Duivenvoorden, vader van een zoon (10 jaar) en dochter (9 jaar)
Als ouder wil je je kinderen goed opvoeden. Daar hoort natuurlijk ook sporten bij. Zoonlief moest eerst een gedegen zwemopleiding afmaken (A, B en C, waarbij ik me nog steeds afvraag hoe die badjuffen en – meesters het voor elkaar krijgen om een kind dat zo van zwemmen houdt met zoveel tegenzin naar zwemles te laten gaan). Daarna mocht hij kiezen welke sport hij wilde doen, waarbij een teamsport, wederom in het kader van een goede opvoeding, de voorkeur had. Zoals de meeste jongens van zijn leeftijd kostte het niet veel moeite een keuze te bepalen. Hij wilde op (of is het nu onder) voetbal en aangezien wij geen verleden in het dorp hebben werd de dichtstbijzijnde voetbalvereniging benaderd.
Als snel mocht hij gaan meetrainen met de mini’s en een aantal weken later was het moment daar dat er een team gevormd kon worden wat deel kon gaan nemen aan de F – competitie. Nog tijdens de training werden de ouders van de betreffende jongens verzocht naar de kleedkamer te komen, waar ons duidelijk werd gemaakt dat ook van de ouders enige inbreng verwacht werd. De dame in kwestie was op zoek naar leiders en trainers voor dit team en ze ging iedere ouder één voor één langs om te vragen wat hun bijdrage kon zijn. Gelukkig begon ze aan de andere kant en kon ik even de kat uit de boom kijken. De eerste heer (de oud-aanvoerder van het eerste elftal en dus een clubicoon, maar wist ik toen veel) gaf aan graag wat voor het team te willen doen. Hij kon echter niet garanderen dat hij op de trainingsavonden om 18:00 uur thuis kon zijn, dus wilde hij wel leider worden. De tweede man had hetzelfde probleem en sloot zich dus bij de eerste aan. Het probleem van de teamleiding was al opgelost! De derde man gaf aan best trainer te willen worden, maar dat hij in ploegendienst werkte en dus bij een aantal trainingen verstek zou moeten laten gaan. De vierde was een dame en zei dus (?!) niets te kunnen betekenen. Ik was de vijfde en hoorde mezelf zeggen dat ik dan wel met de derde heer de trainingen wilde verzorgen. Ik, degene die in zijn jeugd in zijn vierjarige voetbalcarrière maar liefst één doelpunt had gescoord (en dat nog in eigen doel ook), werd voetbaltrainer.
Dat was inmiddels bijna vijf jaar geleden en nog altijd ben ik voetbaltrainer. Ook mijn dochter heeft sindsdien haar zwemdiploma’s gehaald en na lang twijfelen (paardrijden, turnen, volleybal) viel ook haar keuze, aangestoken door het enthousiasme van broer en vader, op voetbal. Ook bij haar help ik mee bij de training en sta nu dus twee avonden en de zaterdag op het voetbalveld en ik vind het heerlijk. Wat is het leuk om met die kinderen bezig te zijn en wat zijn er toch veel bijzondere kinderen op deze wereld. Zo had ik kinderen met een leerachterstand, een handicap, met ADHD of “gewoon” druk, pre-pubers, dromers, talenten, kinderen die niet tegen hun verlies kunnen, onzekere kinderen en kinderen van gescheiden ouders (ik verbaas me iedere keer weer over het aantal 10-jarigen met gescheiden ouders). Maar allemaal kwamen ze om lekker bezig te zijn en allemaal hangen ze aan je lippen. Allemaal leren ze samen te werken, samen te winnen en samen te verliezen. Je wordt dus een deel van die “goede opvoeding” die ouders willen geven als ze hun kind opgeven voor hun teamsport. Gelukkig krijg je van de kinderen en ouders daar dankbaarheid voor terug. Wat is er leuker dan, als de kinderen tegen jou, die vroeger met gym altijd als laatste werd gekozen, zeggen dat je met het partijtje niet mee mag doen omdat je te goed bent?
Herkenbaar? Lees dan ook het boek “Vaders langs de lijn” van Koen Vergeer